ADVISEUR

RECRUITER

MEDIATOR

COACH

Is uw organisatie al klaar voor de werkkostenregeling 2015

BRON: HR Rendement, 18 september 2014

 

In de stukken die op Prinsjesdag bekend werden gemaakt, zijn een aantal wijzigingen in de werkkostenregeling (WKR) verder uitgewerkt. De aanpassingen treden – mits de Tweede en Eerste Kamer hiermee instemmen – per 1 januari 2015 in werking.

Vanaf volgend jaar moet uw organisatie aan de werkkostenregeling geloven. De mogelijkheid om dan nog te kiezen voor toepassing van de oude regels voor vergoedingen of verstrekkingen komt dan te vervallen. Wel wordt er – voordat de WKR verplicht wordt – nog een aantal vereenvoudigingen in de regeling doorgevoerd. Deze vereenvoudigingsmaatregelen moeten wel gefinancierd worden. Om het geheel budgetneutraal te regelen, daalt de vrije ruimte van de WKR per 2015 van 1,5% naar 1,2% van de fiscale loonsom van uw organisatie.  

Introductie van het noodzakelijkheidscriterium  

In het Belastingplan worden vijf specifieke aanpassingen uitgewerkt, waarover staatssecretaris Wiebes van Financiën de Tweede Kamer begin juli al op hoofdlijnen had geïnformeerd. Het gaat om de volgende aanpassingen (u vindt meer informatie door op de beschrijvingen te klikken):  

- de beperkte introductie van het noodzakelijkheidscriterium;  

- de introductie van een jaarlijkse afrekensystematiek;  

- de invoering van een concernregeling;  een vrijstelling voor branche-eigen producten in de WKR;  

- het wegnemen van onderscheid tussen vergoedingen en verstrekkingen (inclusief terbeschikkingstellingen).  

Noodzakelijkheidscriterium blijft tot 2019 bestaan  

Het noodzakelijkheidscriterium, dat per 2015 alleen voor gereedschap en ICT-apparatuur wordt ingevoerd, blijft in die beperkte vorm in elk geval tot 2019 bestaan. Er wordt namelijk drie jaar uitgetrokken voor het testen van het noodzakelijkheidscriterium in de praktijk. In 2018 worden de effecten geëvalueerd. Binnen een jaar moet dan duidelijk zijn of het criterium doeltreffend is en of het wenselijk is om het verder uit te breiden. De evaluatie moet vóór 1 januari 2019 aan de Kamer worden aangeboden.